Steden beslaan slechts een klein deel van de aarde: zo'n drie procent van het aardoppervlak is verstedelijkt. Op kaarten verschijnen ze als kleine stippen, omringd door uitgestrekte landschappen. In omvang zijn steden bescheiden als je naar de hele aarde kijkt.
Toch hebben ze een enorme impact. Op deze kleine ruimte wordt zestig tot tachtig procent van alle energie verbruikt en driekwart van de CO₂-uitstoot geproduceerd. Deze geconcentreerde stedelijke gebieden, verspreiden hun ecologische impact wereldwijd. Steden zijn geen geïsoleerde plekken, maar knooppunten met invloed ver voorbij de stadsgrenzen.
Deze dualiteit maakt steden paradoxaal. Ze zijn tegelijkertijd het meest efficiënte woon- en leefmodel én de brandhaard van mondiale problemen. In deze kleine oppervlaktes komt alles samen: mensen, beweging, warmte en consumptie van materialen. Wie steden enkel als fysieke plekken ziet, mist hun ware impact.