Waarom de stad met dezelfde denkkaders blijft vastlopen...
Maak eens met één pennestreek een 7 van een VI
| >> Gebruik het vergrootglas om te zoeken of ik al iets heb geschreven over een thema dat jou bezighoudt |
|---|
Maak eens met één pennestreek een 7 van een VI
Je staat in de file. Het hele idee van de auto was dat je sneller zou zijn dan de fietser naast je, laat staan de voetganger op het trottoir. En toch fietst hij op dit moment rustig langs je heen, terwijl jij geen meter vooruitkomt... het gemak dat je kocht, haalt zichzelf in.
Wereldwijd trekken mensen in een ongekend tempo naar de stad. Waar de mensheid in 1950 nog grotendeels op het platteland woonde, verwacht de VN dat rond 2050 zo'n twee derde van de wereldbevolking stedelijk woont (UN World Urbanization Prospects). Ook dichter bij huis is die verschuiving voelbaar: in Nederland groeien steden gestaag door, terwijl juist de kleinere kernen in de wijdere omgeving bevolking verliezen (CBS, december 2025).
Ik ben geboren in 1972 en groeide op in een tijd waarin technologie nog tastbaar en zichtbaar was. Het was het tijdperk van de opkomst van de thuiscomputer, het kenmerkende geluid van de inbelmodem via een vaste telefoonlijn en de eerste mobiele telefoons, die meer weg hadden van bouwvakkersradio's dan van de slanke apparaten die we nu kennen. In de jaren tachtig kwam de PC ons huis binnen. Ook ik heb urenlang achter een Commodore 64 gezeten.
De eerste steden ontstonden niet zo zeer uit ambitie, ze ontstonden vooral uit noodzaak. Ze waren vooral bescherming tegen "buiten" en opslag van overschot aan voedsel en materialen. En, misschien wel het belangrijkst: een plek om samen te komen.
Een jaar geleden schreef ik over slimme ruimte en dubbelfuncties. De kernvraag was simpel en tegelijk lastig: wordt de stad slimmer voor haar bewoners, of vooral voor het imago van bestuurders en technologieleveranciers? Ik concludeerde toen dat veel dubbelfuncties bleven steken in de pilotfase. Leuk voor de foto, weinig impact op het gebruik.
Eeuwenlang bestond de stad grofweg uit twee lagen: de fysieke stad en het leven dat zich daarin afspeelde. Straten, gebouwen en infrastructuur maakten wonen, werken, reizen, handelen en ontmoeten mogelijk. Met mobiel internet is daar in korte tijd een derde laag tussen geschoven: de digitale stad.
Wie de stad van nu vergelijkt met die van honderd jaar geleden, vindt genoeg redenen voor optimisme. We leven langer en gezonder. Straten zijn schoner, woningen comfortabeler en veel oude vormen van vervuiling, ziekte en onveiligheid zijn verdwenen.
Nederland telt naar schatting ongeveer één miljoen woningen van meer dan 200 vierkante meter. Stel dat één op de tien daarvan wordt gesplitst in twee woningen. Dan ontstaan er, zonder één nieuw gebouw neer te zetten, circa 100.000 extra woningen.
Tien jaar geleden was het energieverbruik van datacenters al fors, maar leek het nog overzichtelijk. Het stond ongeveer gelijk aan dat van 200.000 huishoudens. Destijds was dat al een bruikbaar voorbeeld om zichtbaar te maken dat een digitale handeling nooit helemaal immaterieel is. Achter iedere foto, zoekopdracht of video draait ergens een server.
Tussen 2015 en 2025 daalde de voedselverspilling van ongeveer 36 naar 25 kilo per persoon per jaar. Een verschil van 11 kilo. Dat klinkt niet indrukwekkend. Ongeveer een halve boterham, een restje pasta of een vergeten stuk groente per week.
Nederland behoort tot de dichtstbevolkte landen van Europa. Op iedere vierkante kilometer wonen ruim vijfhonderd mensen. Je zou verwachten dat Nederlanders daarom ook klein wonen. Toch is juist het omgekeerde waar.