Eén groot huis naar twee woningen?

Gepubliceerd op 2 september 2026 om 12:34

Nederland telt naar schatting ongeveer één miljoen woningen van meer dan 200 vierkante meter. Stel dat één op de tien daarvan wordt gesplitst in twee woningen. Dan ontstaan er, zonder één nieuw gebouw neer te zetten, circa 100.000 extra woningen.

Bij iedere splitsing blijft er voldoende ruimte over voor twee ruime woningen van minimaal ongeveer 100 vierkante meter. Die hoeven niet even groot te zijn. Een woning van 260 vierkante meter kan bijvoorbeeld worden verdeeld in 110 en 150 vierkante meter. De bestaande ruimte wordt niet kleiner, maar anders verdeeld.

Het is een gedachte-experiment. Niet ieder groot huis heeft de juiste indeling, ligging of constructie. Het precieze aantal is daarom minder belangrijk dan de schaal die erachter zichtbaar wordt. Bij woningbouw denken we meestal aan wat nog moet worden neergezet. Maar een deel van de toekomstige woningvoorraad staat er mogelijk al.


bron >> CBS aantal woningen en grootte door de tijd heen

 

Toelichting berekening

Het CBS verdeelt woningen niet bij precies 200 vierkante meter, maar onder meer in de oppervlakteklassen 150-250 m², 250-500 m² en 500 m² of meer. In deze klassen staan afgerond respectievelijk 1,4 miljoen, 275.000 en 43.000 woningen geregistreerd. Het CBS telde begin 2025 in totaal bijna 8,3 miljoen woningen.

Voor deze grove berekening nemen we aan dat ongeveer de helft van de woningen in de klasse 150–250 m² groter is dan 200 m²:

½ × 1,4 miljoen + 275.000 + 43.000
= afgerond 1 miljoen woningen groter dan 200 m²

10% van 1 miljoen
= 100.000 gesplitste woningen

Iedere splitsing maakt van één woning twee woningen en levert dus netto één extra woning op:

100.000 splitsingen
= circa 100.000 extra woningen

De aanname dat de woningen binnen de klasse 150–250 m² gelijkmatig zijn verdeeld, is niet gecontroleerd. Het resultaat is daarom een indicatie van de orde van grootte, geen exacte raming.