In 2025 gebruikte Nederland 18 procent minder energie dan in 2000. Bij elektriciteit is het beeld anders: het verbruik ligt al jaren rond de 120 miljard kWh. Achter dat vrij stabiele totaal is in 25 jaar echter veel veranderd.
Huizen werden zuiniger en fabrieken veranderden. Tegelijkertijd elektrificeert een steeds groter deel van ons dagelijks leven. Auto’s rijden op stroom, woningen krijgen warmtepompen en bijna alles wat we doen heeft inmiddels ook een digitale laag. Dat vraagt niet alleen energie, maar ook ruimte en infrastructuur.
Datacenters maken die verschuiving zichtbaar. In 2024 waren ze goed voor 4,6 procent van het Nederlandse elektriciteitsverbruik. Een relatief nieuwe functie gebruikt daarmee inmiddels een aanzienlijk deel van onze stroom. En dat verbruik is ruimtelijk heel anders geconcentreerd dan dat van miljoenen huishoudens.
De hoeveelheid stroom verandert dus nauwelijks, maar de Nederstad achter die stroom wel. Wat betekent dat voor de plek waar we elektriciteit opwekken, vervoeren én gebruiken? En hoe kan het dat vrijwel gelijk stroomverbruik toch steeds meer (stedelijke) ruimte vraagt?