Summer in the city

Gepubliceerd op 19 juli 2026 om 12:34

Loop op een hoogzomerse middag een willekeurige binnenstad in en je ziet ineens gebeuren wat elke gebiedsvisie of ontwerp belooft. Terrassen zitten vol, kinderen rennen door de fontein op het plein, mensen liggen in het gras van het dichtstbijzijnde park. Het is precies het beeld dat renders je altijd al voorspiegelen: een stad die altijd bloeit, altijd lacht, altijd zon heeft. Voor een paar weken per jaar is dat beeld ineens geen fantasie meer, maar realiteit.

Ik kijk graag door de lens van de seizoenen naar de stad, niet als decor maar als een terugkerend ritme dat telkens een andere laag blootlegt. De lente laat zien hoe energie, groen en gedrag de stad weer aanzetten en de herfst hoe diezelfde lagen vertragen en ademen. De hoogzomer is het seizoen waarin niet de woning of het kantoor, maar de openbare ruimte het decor wordt waarin het stedelijk leven zich voornamelijk afspeelt... en dus ook het seizoen waarin je het beste kunt zien hoe goed een stad ruimtelijk in elkaar zit.

In de zomer laat de stad zien waar ze werkelijk voor ontworpen is

Naar buiten: de ruimte die het moet opvangen

Ik schreef eerder over hoe de lente de stad naar buiten trekt, maar in de hoogzomer gaat die beweging nog een stap verder. Woonkamers verhuizen naar het balkon, kantoren naar het terras om de hoek, de bank naar het bankje in het park. Wat normaal binnen gebeurt, verplaatst zich massaal naar buiten en dat stelt de openbare ruimte ineens flink op de proef.

Want die ruimte is het hele jaar door ontworpen op gemiddeld gebruik: genoeg stoep om te lopen, een enkel bankje, een boom hier en daar. In de hoogzomer blijkt dat gemiddelde ineens tekort te schieten. Is er genoeg schaduw om te blijven zitten in plaats van door te lopen? Genoeg zitplekken voor wie geen tientje voor een terrasstoel (met drankje) wil betalen? Genoeg gras dat een middagje picknicken verdraagt zonder in modder te veranderen? De hoogzomer is zo gezien een jaarlijkse belastingtest voor onze publieke ruimte, ditmaal van haar sociale draagvermogen in plaats van haar riolering of klimaatbestendigheid.

  De jaarlijkse stresstest van de publieke ruimte

(klik op de afbeeldingen om te vergroten)

Binnenstad: van wie is de zomer eigenlijk?

Diezelfde volle terrassen en parken roepen ook een lastigere vraag op. Wie heeft de binnenstad in de zomer eigenlijk in gebruik? Bewoners die na werktijd een plek zoeken om af te koelen, werkenden die tussen de middag hun boterham buiten opeten, en bezoekers die de stad juist vanwege datzelfde zomerse plaatje bezoeken, botsen allemaal op dezelfde schaarse vierkante meters.

Dat hoeft geen tegenstelling te zijn... mits je er ruimtelijk iets mee doet. Het plein waar 's ochtends de markt staat, kan 's middags terrasruimte worden en 's avonds een plek voor een buurtfilm. In Sint-Truiden (België) maakte de gemeente deze zomer het Sint-Martenplein bewust autovrij, juist om meer ruimte te geven aan terrassen en lokale handel in plaats van aan doorgaand verkeer. Zo'n plein bedient bewoners, werkenden en bezoekers tegelijk, precies omdat het ontwerp die verschillende ritmes serieus neemt. Een goed voorbeeld voor andere steden...

Van wie is de stad op een warme zomerdag?

(klik op de afbeeldingen om te vergroten)

Werkenden: een ander ritme van de werkdag

Voor wie in de stad werkt, ziet de hoogzomer er anders uit. Lunches verhuizen naar het bankje buiten, overleggen vinden plaats op het terras in plaats van in de vergaderzaal, en de woon-werkroute wordt vaak eerder of later afgelegd om de hitte te vermijden. Kantoorgebouwen en hun omgeving spelen hier nog beperkt op in, terwijl hier winst te behalen valt: een schaduwrijk plekje bij de ingang of extra buitenzitplekken maken net zo goed het verschil voor werkenden als voor bewoners.

Dit heeft ook gevolgen voor de ruimte eromheen, verder dan het kantoor zelf. Rond bedrijventerreinen en kantoren ontstaat in de hoogzomer vraag naar iets waar zelden op is ontworpen: schaduwrijke zitplekken, bankjes binnen loopafstand, en binnenplaatsen die meer doen dan decoreren. Waar de rest van het jaar de route van deur naar auto of fiets volstaat, wordt die omliggende ruimte in de zomer actief gebruikt en bevraagd.

Werkenden zoeken op hetzelfde moment als bewoners de weinige groene pleinen en parken op, vaak precies in het middaguur... het moment waarop ook winkelend publiek en toeristen hun lunchpauze plannen. Een klein stadspark in een kantorenwijk kan in de hoogzomer tot over de rand vol zitten, terwijl er de rest van het jaar nauwelijks iemand komt. Dit maakt de vraag relevant of zulke plekken worden ontworpen op hun piekmoment in de zomer, of op het rustige gemiddelde van de rest van het jaar.

Ontwerp je op het gemiddelde, of op de drukste zomerdag?

Wat andere steden al goed doen

Een paar voorbeelden laten zien dat je hier bewust op kunt ontwerpen:

  • Paris Plages: sinds 2002 worden de kades langs de Seine 's zomers autovrij en omgetoverd tot strand, met ligstoelen en parasols. Het idee erachter was simpel: ook Parijzenaars die niet op vakantie konden, verdienden een strand voor de deur.
  • Summer Streets in New York: op een aantal zomerzaterdagen sluit de stad meer dan twintig kilometer aan hoofdwegen af voor auto's. Vorig jaar liepen, fietsten en skeeleerden er meer dan 500.000 mensen doorheen.
  • Sint-Martenplein in Sint-Truiden: een kleinschaliger, recent voorbeeld waarbij een heel plein een zomer lang wordt omgevormd tot verblijfsplek, als testcase voor een permanente herinrichting.

De beste zomerplekken ontstaan niet vanzelf. Van experiment naar betere openbare ruimte

(klik op de afbeeldingen om te vergroten)

Seizoensruimte als vorm van chrono-urbanisme

In een eerdere blog schreef ik al over chrono-urbanisme: het idee dat je een stad niet alleen ruimtelijk, maar ook in de tijd ontwerpt. Een zomerstraat of een zomerplein is eigenlijk niets anders dan die gedachte toegepast op het seizoen in plaats van op het uur van de dag. Een parkeerstrook mag in de zomer best een paar maanden terrasruimte zijn, en een doorgaande weg best een middag een speelstraat... niet elke straat hoeft het hele jaar hetzelfde te blijven doen.

De vraag die de hoogzomer ons ieder jaar opnieuw stelt, is of we dat bewust ontwerpen of gewoon laten gebeuren. Bouwen we onze pleinen, straten en kantooromgevingen zo dat ze met de seizoenen mee kunnen ademen, of laten we het aan het toeval en de horeca-uitbater met de meeste terrasstoelen over?


Een stad die meebeweegt met de tijd. Ontwerpen met de seizoenen, niet ertegenin

 

(klik op de afbeeldingen om te vergroten)