Mensen reizen al decennia lang ongeveer evenveel tijd per dag. Gemiddeld zo’n zeventig tot negentig minuten. Snellere vervoermiddelen hebben daar weinig aan veranderd. Ze hebben vooral iets anders gedaan: ze hebben de wereld vergroot. Niet de tijd, maar de afstand nam toe.
Dit vaste tijdsbudget werkt stilletjes door in de vorm van onze steden. Snelle auto’s, treinen en e-bikes maken het mogelijk om verder te wonen, verder te werken, verder te leven. Wat begon als tijdwinst, eindigt vaak in ruimtelijke spreiding. De stad rekt zich uit, niet omdat we dat plannen, maar omdat we dat kunnen binnen dezelfde dagelijkse reistijd.
De BREVER-constante laat zien dat vormen van mobiliteit geen neutrale (technische) ontwikkeling is. Ze vormt onze leefwereld op schaal van kilometers, zonder dat onze dagen langer worden. Tijd blijkt hardnekkiger dan ruimte. En misschien is dat wel één van de meest onderschatte krachten achter de stad zoals we die nu kennen.
Wat zegt het over de stad dat onze reistijd constant blijft, maar onze leefwereld steeds groter wordt?
bron >> KiM - beverwet onder de loep