Wie door Nederland reist, beweegt vooral door een jonge omgeving. Meer dan driekwart van alle woningen is gebouwd na de Tweede Wereldoorlog. In ongeveer tachtig jaar tijd is het grootste deel van onze woonlandschap ontstaan.
Wat wij vandaag als ‘normaal’ ervaren, is in historisch perspectief jong.
Die naoorlogse bouwgolf heeft niet alleen gezorgd voor woningen, maar ook voor een nieuw ruimtelijk patroon. Ruimte werd beschikbaar, mobiliteit vanzelfsprekend en groei een leidend principe. Wijken kwamen los te liggen van oude stadskernen, functies raakten gescheiden en het land werd stap voor stap ingericht rond wonen, werken en verplaatsen.
Het vooroorlogse Nederland bepaalt vaak nog ons beeld van ‘de stad’. Maar het dagelijkse Nederland — waar de meeste mensen wonen, rijden en leven — is een product van recente decennia. De ruimte die we nu vanzelfsprekend vinden, is geen erfenis van eeuwen, maar van één mensenleven.