Ruimtevragende Nederlander

Gepubliceerd op 4 maart 2026 om 12:34

Aan het begin van de twintigste eeuw leefden Nederlandse gezinnen dicht op elkaar. Zes personen in één kleine woning was geen uitzondering. Privacy was schaars, ruimte nog schaarser. De roep om lucht en licht klonk luid en werd in Nederland na de oorlog beantwoord.

In de naoorlogse periode groeide het gemiddeld woonoppervlak per persoon op indrukwekkende wijze van 15 m² in 1950 naar maar liefst 53 m² 2017. Tegelijkertijd daalde de gemiddelde gezinsgrootte opvallend van 4,3 naar slechts 2,2 personen. Wat eens gedeeld werd binnen een groter gezin, wordt nu steeds meer individueel ervaren. Ruimte is het tastbare, zichtbare bewijs van vooruitgang en welvaart, een symbool van de economische en sociale ontwikkeling die de samenleving doormaakte.

De stad groeide in omvang, comfort en rust. Maar tegelijk werd ze ook minder hecht. Welvaart bracht ons meer ruimte, maar leidde ook tot een verminderde nabijheid. Verdunning bleek geen strategie, maar een onvermijdelijk resultaat.