De Nederlandse bevolking groeit, maar de toename is bescheiden door een afname van de natuurlijke aanwas (geboortes). De vraag naar woningen blijft echter sterk stijgen, vooral door het toenemende aantal huishoudens, vaak bestaande uit één persoon.
Landelijk leeft 19% van de huishoudens alleen, en in sommige steden ligt dit percentage rond de 30 tot 40 procent. Dit komt vooral door alleenstaande jongeren (zoals studenten) en vergrijzing, waarbij partners wegvallen. Alleen wonen is nu een dominante woonvorm. De stad verandert van binnenuit: meer voordeuren, maar minder mensen per voordeur.
We bouwen vaak nog met het traditionele gezin als uitgangspunt, terwijl onze steden steeds meer uit individuen bestaan. Dit verandert de dynamiek van samenleven. Niet de stad groeit explosief, maar het aantal keren dat we alleen thuiskomen.