Aan dezelfde stad werken veel verschillende werelden. Wonen zoekt ruimte voor woningen... mobiliteit zoekt ruimte voor infrastructuur en bereikbaarheid... groen zoekt ruimte voor natuur en klimaat. En het project zelf moet binnen budget, planning en juridische kaders blijven. Allemaal logische doelen, maar allemaal kijken ze naar dezelfde vierkante meters.
Daar ontstaat iets merkwaardigs. Vijf afzonderlijk behaalde doelen maken nog niet vanzelf een goede stad. Maar integraal werken betekent evenmin dat iedereen wat inlevert tot er een aanvaardbaar gemiddelde overblijft. De interessante ruimte zit misschien juist tussen beide in: waar een ingreep voor wonen óók iets kan betekenen voor mobiliteit, klimaat of ontmoeting. Niet 1 + 1 + 1 + 1 + 1 = 5, en ook niet een compromis van 3,5. Misschien wordt het 6... maar misschien ook 7 of 8...
Die extra waarde zit niet alleen in wat we vandaag kunnen bereiken. Juist door verschillende perspectieven bij elkaar te brengen, kan iets ontstaan dat ook op langere termijn kwaliteit houdt. Dat wordt steeds belangrijker nu ruimte schaars, systemen vol en projecten duur zijn.
Wat is ervoor nodig om niet alleen naast elkaar aan dezelfde stad te werken, maar werkelijk mét elkaar? En hoe maken we ruimte voor kwaliteit die pas ontstaat wanneer niemand uitsluitend vanuit zijn eigen deel naar de stad kijkt?
bron >> losjes gebaseerd op de parabel van de 6 blinden en de olifant