Eeuwenlang bestond de stad grofweg uit twee dimensies: de fysieke stad en het leven dat zich daarin afspeelde. Straten, gebouwen en infrastructuur maakten wonen, werken, reizen, handelen en ontmoeten mogelijk. Met mobiel internet is daar in korte tijd een derde dimensie bij gekomen: de digitale stad.
Die nieuwe dimensie was eerst vooral handig... maar inmiddels is ze op veel plekken noodzakelijk. Betalen, reizen met het OV, parkeren, toegang krijgen tot gebouwen, informatie vinden of een dienst gebruiken: steeds vaker werkt de fysieke stad alleen als de digitale stad meewerkt.
Wat ooit een toevoeging aan de stad was, is onderdeel van haar infrastructuur geworden. En daarmee ontstaat een nieuwe kwetsbaarheid... Een storing, cyberaanval of geopolitiek conflict kan niet alleen digitale systemen raken, maar ook het alledaagse stedelijke leven.
Wat betekent het voor de inrichting van steden nu de digitale dimensie even fundamenteel is geworden als straten, elektriciteit en water? En hoe ontwerpen we een stad die blijft functioneren wanneer juist die onzichtbare stad tijdelijk wegvalt?