Wie de stad van nu vergelijkt met die van honderd jaar geleden, vindt genoeg redenen voor optimisme. We leven langer en gezonder. Straten zijn schoner, woningen comfortabeler en veel oude vormen van vervuiling, ziekte en onveiligheid zijn verdwenen.
Maar kijk je naar betaalbaarheid, ruimte, verkeersdruk, eenzaamheid of klimaat, dan ontstaat een ander beeld. Voor sommige mensen biedt de stad ongekende mogelijkheden, terwijl anderen moeite hebben er überhaupt nog een plek te vinden.
Het is dan ook niet zo zwart-wit als beter óf slechter. Dezelfde stad kan op hetzelfde moment beter én slechter zijn geworden... afhankelijk van wat je bekijkt, waar je woont en vanuit welk perspectief je kijkt.
Misschien is de vraag daarom niet of onze steden beter of slechter zijn geworden. Wat zijn we gaan zien als vooruitgang in de stad? En welke kwaliteiten willen we over honderd jaar terugzien als iemand dezelfde vraag opnieuw stelt?