Waarom de stad met dezelfde denkkaders blijft vastlopen...

Gepubliceerd op 20 september 2026 om 12:34

Maak eens met één pennestreek een 7 van een VI

Probeer het echt even. De meeste mensen lukt dit meteen: er zit al een I in VI, dus je zet er met één streek nog een I bij, en er staat VII. Vlot opgelost, want je ziet al snel Romeinse cijfers.

Nu de vervolgvraag, ogenschijnlijk net zo simpel:
teken met één pennestreek een 6 van een IX.

Herken je wat er nu gebeurt? Je bent net op het spoort van gezet om de oplossing binnen Romeinse cijfers te zoeken, dus dat is al snel waar je blijft hangen. Een boogje hier, een streepje daar, allemaal binnen het Romeinse cijferstelsel. En daar vind je hem niet. De oplossing zit ergens anders: zet een S vóór de IX en er staat SIX. Je verlaat het rekenkundige speelveld en stapt een ander vakgebied binnen, de taal.

En dan is er nog een niveau dieper. Schrijf @IX, of IX&, en spreek met elkaar af dat dat ook "zes" betekent. Geen wiskundige of taalkundige truc meer, maar een compleet nieuwe conventie die je met elkaar afspreekt en accepteert. Er bestond geen speelveld voor... je maakt het. Zoals alles ooit is ontstaan.

Iedere route lijkt logisch, tot je ontdekt dat inmiddels vrijwel elk systeem het andere blokkeert

>> klik op afbeeldingen voor een grotere weergave

Waarom de tweede puzzel lastiger is dan de eerste

Dat "vastzitten" na de VI-vraag is geen toeval en geen domheid. Psychologen noemen dit het Einstellung-effect: zodra een eerdere oplossing werkt, grijpt ons brein bij het volgende, verwante probleem automatisch naar diezelfde aanpak, ook als een betere oplossing binnen handbereik ligt. Abraham Luchins toonde dit al in de jaren veertig aan met zijn beroemde waterkan-experiment: mensen mét ervaring in één oplosmethode misten geregeld de simpelere oplossing die mensen zónder die ervaring meteen zagen.

Precies zo werkt het bij vakmensen. Een verkeerskundige is getraind om verkeersvraagstukken op te lossen binnen het verkeerskundige kader. Een netbeheerder denkt vanuit het energiesysteem. Een planoloog vanuit het omgevingsplan. Elk vakgebied plant zijn eigen VI-naar-VII-reflex diep in het denken van zijn mensen, en dat is meestal ook precies de bedoeling: het maakt je snel en goed binnen je eigen kader. Tot het probleem dat kader ontstijgt. Dan is dezelfde reflex die je razendsnel maakt binnen je eigen denkkaders, precies wat je blind maakt voor andere mogelijke oplossingen.

Soms liggen oplossingen buiten de denkkaders van een vakgebied

Drie niveaus, oplopende inzet

De puzzel legt bloot wat er eigenlijk gebeurt als we het over "innovatie" hebben. Er zijn (minstens) drie niveaus:

Niveau 1: vernieuwen binnen dezelfde context, sector, spelregels. De extra streep bij de I van VI. Relatief goedkoop, snel, en voor bestuurders en organisaties het makkelijkst te verantwoorden.

Niveau 2: de oplossing zoeken buiten je eigen vakgebied, met andere uitgangspunten en andere spelregels. De S voor de IX. Dit kost meer... je moet een ander domein kennen, of iemand erbij halen die het wel kent.

Niveau 3: geen bestaand speelveld meer gebruiken, maar er met elkaar een nieuw afspreken. @IX als zes. Dit kost het meest aan tijd, energie en (financiële) middelen, want alles moet nog worden uitgevonden én geaccepteerd.

Hoe hoger het niveau, hoe groter de inspanning. Dat is precies waarom de meeste organisaties, ook in de ruimtelijke wereld, het liefst op niveau 1 blijven hangen. Niet uit onwil, maar omdat het de rationele keuze lijkt... tot het probleem niet op niveau 1 thuishoort.

Innovatie kent drie niveaus. Hoe groter de sprong, hoe groter de inspanning én de mogelijke doorbraak


>> klik op afbeeldingen voor een grotere weergave

Vastgelopen binnen de eigen spelregels

Kijk naar de opgaven waar de Nederlandse ruimtelijke ordening nu voor staat: wooncrisis, netcongestie, stikstof, nieuwe vormen van mobiliteit, recreëren in een dichtbevolkt land. Stuk voor stuk proberen we ze op te lossen binnen de context waarin ze zijn ontstaan... meer bouwen binnen hetzelfde vergunningenstelsel, meer stroom binnen hetzelfde net, meer asfalt of meer OV binnen hetzelfde mobiliteitsdenken.

Neem netcongestie. Netbeheer Nederland meldt dat er alleen al onder grootverbruikers zo'n 15.000 bedrijven op de wachtlijst staan voor een aansluiting, en dat kleinverbruikers (dus gewone huishoudens) vanaf 1 juli 2026 ook op zo'n wachtlijst kunnen komen te staan in gebieden waar het net vol zit. Dat is geen capaciteitsprobleempje dat je met een extra kabeltje oplost. Op die manier denken is een niveau 1-reflex op een niveau 2- of 3-probleem, precies het Einstellung-effect op systeemschaal: iedereen in de energiesector is getraind om binnen het energiesysteem te zoeken, dus daar wordt ook gezocht.

Sommige ruimtelijke opgaven vragen niet om een betere route, maar om een ander speelveld

Wat de theorie hierover zegt

Dit onderscheid is niet nieuw, al heet het in andere vakgebieden anders. In de veranderkunde bestaat al decennia het onderscheid tussen eerste-, tweede- en derde-orde verandering, met wortels in het werk van Paul Watzlawick (eerste en tweede orde), later uitgebreid met een derde orde door auteurs als Bartunek en Moch.

De eerste orde is verbeteren binnen het bestaande systeem, tweede orde is het spel zelf fundamenteel anders spelen, derde orde is het loslaten en herordenen van het hele systeem. Vrijwel hetzelfde drieluik als de IX-puzzel, maar dan voor organisaties in plaats van cijfers.

Ontwerptheoreticus Kees Dorst werkt in Frame Innovation (MIT Press) een verwant idee uit, specifiek voor complexe, vastgelopen vraagstukken: niet zoeken naar een oplossing binnen het bestaande probleemframe, maar het frame zelf herontwerpen. Zijn voorbeelden komen niet toevallig uit de fysieke, ruimtelijke praktijk.

En voor niveau 3, het compleet nieuwe speelveld, is er de bekende Blue Ocean Strategy van Kim en Mauborgne: niet vechten binnen een bestaande, overvolle markt, maar een nieuwe, onbetwiste ruimte creëren waar de oude regels niet meer gelden.

De grootste doorbraken ontstaan vaak niet door beter spelen, maar door een nieuw speelveld te creëren

De vraag is niet welk niveau het goedkoopst is

Innovatie op niveau 1 is bijna altijd de verleidelijkste keuze. Het kost de minste energie, minste tijd, minste geld, en het beste te verantwoorden richting bestuur of politiek. Maar de aard van het probleem bepaalt welk niveau nodig is, niet onze voorkeur voor het goedkoopste niveau.

Wonen, netcongestie, mobiliteit... het zijn stuk voor stuk vraagstukken die zijn vastgelopen ín de context waarbinnen ze zijn ontstaan. Nog een streepje bij de I blijven zetten, terwijl de oplossing waarschijnlijk in een ander vakgebied ligt, of in een afspraak die we nog niet hebben gemaakt.

Durven we, als het echt nodig is, de eigen VI-naar-VII-reflex te herkennen vóórdat we hem op een IX-vraagstuk loslaten... of blijven we liever binnen de lijntjes omdat dat nu eenmaal makkelijker uit te leggen is aan wie erover gaat?


Soms vragen vastgelopen systemen niet om een betere oplossing, maar om een nieuw speelveld

>> klik op afbeeldingen voor een grotere weergave