Glamping in steden?

Gepubliceerd op 13 september 2026 om 12:34

Je staat in de file. Het hele idee van de auto was dat je sneller zou zijn dan de fietser naast je, laat staan de voetganger op het trottoir. En toch fietst hij op dit moment rustig langs je heen, terwijl jij geen meter vooruitkomt... het gemak dat je kocht, haalt zichzelf in.

Dat beeld zit dichter bij de kern van de stad dan het lijkt. Steden zijn altijd machines geweest om inspanning weg te organiseren: verharde wegen in plaats van modderpaden, de kraan in plaats van de kruiwagen, de prefab-gevel in plaats van het handwerk op de steiger. Elke nieuwe laag techniek belooft hetzelfde, minder zweten, minder wachten, minder moeite.

De Amerikaanse jurist Tim Wu noemde dat ooit treffend de tirannie van het gemak: gemak wint bijna elke keuze, ook de keuzes die we eigenlijk niet bewust maken maar waar we simpelweg in meegezogen worden.

Filosoof Marli Huijer laat in Ritme zien wat dat kost: als alles altijd kan en niets meer hoeft te wachten, verdwijnt ook het onderscheid tussen momenten, en daarmee een stuk houvast dat herhaling en verwachting ons juist bieden.

Als gemak zichzelf in de weg gaat zitten

Ratelrad van camping en glamping

Een collega wees me op een blog van Kim Hopmans, die met haar gezin in een échte tent kampeerde op een Spaanse camping vol glampingtenten. Blokhutten met tentdoek, compleet met airco. Ze schrijft hoe ze om zich heen families ziet zitten, binnen, achter dichte ramen, voorover geknakt op een scherm, precies als thuis. We verlangen terug naar de basis, schrijft ze, maar dan weer niet helemaal.

Dat "niet helemaal" is interessanter dan het lijkt. Het suggereert een golfbeweging, weg van het gemak en weer terug, maar zo werkt het niet. Het is eerder een ratelrad: een mechanisme dat maar één kant op klikt en niet vanzelf terugveert. Telkens als we verlangen naar het ongemak van vroeger, verschijnt er geen minder comfortabele versie van onszelf, maar een nieuw product dat het gevoel van dat ongemak nabootst terwijl alle comfort intact blijft. De glampingtent is precies dat: de vorm van kamperen, zonder de wrijving ervan. De klik gaat altijd vooruit, ook als hij verkleed is als een stap terug.

We verlangen terug naar eenvoud, maar nemen ondertussen steeds meer comfort met ons mee

Doet de stad dit ook?

Deels wel, en soms heel bewust. Het woonerf, bedacht in Delft door Niek de Boer, haalt opzettelijk duidelijkheid weg uit de straat zodat automobilisten moeten opletten in plaats van doorrijden. Verkeerskundige Hans Monderman ging nog verder met shared space: geen borden, geen stoepranden, zodat weggebruikers elkaar weer moeten aankijken.

Onderzoek laat zien dat dit soort straten minder ongelukken kent, niet ondanks de onduidelijkheid, maar dankzij de oplettendheid die ze afdwingt. Ook in de speeltuin zie je de tegenbeweging: na decennia van gecertificeerd veilige schommels en wipkippen komt er ruimte voor risicovol spelen, met water, vuur en gereedschap, omdat kinderen daar kennelijk meer van leren dan van een volledig risicovrije omgeving.

Jan Gehl vat het decennialang al zo samen: steden die het de auto makkelijk maakten, maakten het de mens moeilijk, en het herstel daarvan vraagt om bewust vertragen (Stadszaken).

Soms wordt de stad beter als we niet alle onzekerheid, risico en ongemak wegontwerpen

Puristen aan de randen, de rest ertussenin

Toch is niet iedereen daar evenveel mee bezig. Aan beide uiteinden van elke stedelijke zwerm zitten de puristen, wie elk nieuw gemak meteen omarmt en wie elk gemak principieel wantrouwt. Dat zijn, in de taal van innovatietheoreticus Everett Rogers die ik eerder gebruikte voor de stad als zwerm, de innovators en de laggards: klein in aantal, luid in stem.

De grote middengroep zweeft ertussenin en is alleen op sommige vlakken kieskeurig. Iemand kan fanatiek zijn over een authentieke markt en het volstrekt onverschillig vinden of zijn eigen straat een woonerf is of een gewone rijbaan. Een stad die daarmee rekening houdt, kan dus niet één antwoord geven op gemak of schuren. Ze moet allebei bieden, en mensen laten kiezen wat bij hun straat, hun moment, hun behoefte past.

Nederland doet dat eigenlijk al, alleen niet vanuit deze vraag geredeneerd. De wegcategorisering achter Duurzaam Veilig verdeelt straten expliciet naar tempo: stroomwegen voor doorstroming, erftoegangswegen en woonerven voor traagheid en ontmoeting. Gemak en schuren zijn dus al optioneel, alleen niet als knop die je per rit omzet, maar als plek die je kiest.

Die keuzevrijheid is wel niet vanzelf eerlijk verdeeld. Wie kiest voor de trage, authentieke straat, is vaak ook wie het zich kan veroorloven er te wonen. Wie geen keus heeft, blijft zitten met de drukke ontsluitingsweg die niemand anders wilde. Onderzoek naar stedelijke authenticiteit laat zien dat "authentiek" al snel een kenmerk wordt van wie kan kiezen, niet van de plek zelf. Optionaliteit tussen tempo's is dus geen neutraal cadeau, het kan zomaar een nieuwe scheidslijn worden.

De stad biedt verschillende tempo’s, maar niet iedereen heeft dezelfde vrijheid om ertussen te kiezen


>> klik op afbeeldingen voor een grotere weergave

Vertrouwen in het ontwerp

Sta je nog in die file van het begin, dan is de vraag die opdoemt niet hoe je er sneller uitkomt, maar of de stad dit soort ratels bewust genoeg stuurt, of vooral op de automatische piloot laat gebeuren.

Doen we dit al bewust genoeg, of vooral toevallig. Zou de stad de golfbeweging tussen gemak en schuren scherper mogen sturen, en voor wie dan precies. Ik geloof niet dat het antwoord in nog meer gemak zit, en ook niet in het cultiveren van ongemak om het ongemak zelf.

Het zit in ontwerpers en ontwikkelaars, van technologie tot gebouwde omgeving, die deze ratel serieus nemen en bewust ontwerpen voor de hele zwerm, niet alleen voor de luidste uiteinden. Dat is precies waar ik mijn hoop op vestig.


Laat de stad gemak en wrijving ontstaan, of ontwerpen we bewust waar ruimte is voor allebei?