Waar hebben we het eigenlijk over?

Gepubliceerd op 26 juli 2026 om 12:34

Twee mensen lopen over hetzelfde plein. Dezelfde bank, dezelfde lantaarnpaal, dezelfde verharding. De ene ziet een plek om uit te rusten. De ander ziet een plek om snel doorheen te lopen. Niemand van de twee staat ernaast met een fout antwoord... ze zien gewoon, letterlijk, iets anders.

Tijdens mijn afstuderen schreef ik een scriptie met als titel "Waar hebben we het eigenlijk over?", dat precies hier over ging als these. Het is een vraag die ik mezelf sindsdien blijf stellen, ook nu ik zelf in de ruimtelijke ordening werk en dagelijks met deze thema's bezig ben.

Want wat we ontwerpen en wat er uiteindelijk wordt beleefd, zijn zelden hetzelfde en dit verschil kan leiden tot verrassende inzichten en soms zelfs tot frustraties...

Eén plein. Twee werkelijkheden. Niet de ruimte verandert, maar de manier waarop we haar zien

Een drieluik: ontwerper, ruimte, gebruiker

Onze ruimtelijke omgeving komt niet uit het niets. Iemand heeft hem met een bedoeling bedacht, getekend, doorgerekend en gebouwd. Een brede stoep moet uitnodigen tot verblijven, een rechte zichtlijn moet veiligheid suggereren, een gebogen korte straten geborgenheid, een plein moet "levendig" worden...

Maar tussen die bedoeling en de beleving zit een derde partij die zelf niet of nauwelijks aan tafel zat: de gebruiker. En die leest de ruimte niet zoals hij getekend is, maar zoals hij hem ervaart.

De Britse cultuurtheoreticus Stuart Hall beschreef dit mechanisme in 1973 voor televisie, maar het werkt net zo goed voor straten en gebouwen. Hall brak met het idee dat een boodschap rechtstreeks van zender naar ontvanger reist. In zijn encoding/decoding model geeft de maker een betekenis (codeert) vanuit zijn eigen kennis en context... en decodeert de ontvanger die boodschap vanuit een heel andere context. De codes waarmee gecodeerd en gedecodeerd wordt, zijn volgens Hall niet per se symmetrisch. Daardoor ontstaan er gradaties van begrip en onbegrip tussen maker en ontvanger.

Vertaal dat naar de stad en je krijgt geen rechte lijn van ontwerper naar gebruiker, maar een drieluik: de gebruiker die dagelijks in de ruimte staat, de ruimte zelf die als boodschapper fungeert, en de ontwerper die alleen nog indirect aanwezig is, via stenen en lijnen die hun eigen leven gaan leiden zodra ze gebouwd zijn. De ontwerper spreekt één keer. De ruimte blijft spreken, jarenlang, tegen iedereen die er langsloopt.

Een ontwerper tekent een bedoeling. De ruimte draagt die jarenlang met zich mee. De gebruikers geeft haar uiteindelijk betekenis

(klik op afbeelding om te vergroten)

Iedereen heeft zijn eigen stad

Waarom decoderen mensen die boodschap dan zo verschillend? Omdat niemand een lege lezer is. Je leest een plein zoals je hebt leren lezen... door ervaring, door verhalen, door wat je hebt meegemaakt op vergelijkbare plekken.

De Amerikaanse stedenbouwkundige Kevin Lynch onderzocht dit al in 1960 voor Boston, Jersey City en Los Angeles. Zijn conclusie: mensen vormen mentale kaarten van hun stad, en die kaarten zijn nooit hetzelfde. Er bestaat een publiek beeld van een stad, maar dat beeld is opgebouwd uit talloze overlappende individuele beelden, en elk individueel beeld is weer net iets anders.

Met andere woorden: als we kijken naar mijn woonplaats, is er niet één Zwolle, er zijn duizenden Zwolles, één voor iedere inwoner. En in mijn eerdere blog over de zeven vinkjes liet ik al zien dat die individuele lezing niet toevallig is verdeeld. Wie de norm vormt voor wie een straat ontworpen heeft, bepaalt mee wiens lezing "klopt" en wiens lezing wordt afgedaan als afwijkend.

Deze blog legt daar een extra laag onder: het gaat niet alleen om wie je bent, maar ook om wat je hebt meegemaakt. Twee mensen met dezelfde "vinkjes" kunnen alsnog een heel andere stad zien, simpelweg omdat de een ooit is overvallen op een vergelijkbaar plein en de ander niet.

We wonen in dezelfde stad, maar niemand woont in precies dezelfde versie ervan

(klik op afbeelding om te vergroten)

De ruimte is niet neutraal, maar ook niet allesbepalend

Dat roept een verleidelijke conclusie op: dan kun je als ontwerper dus nooit iets goed doen, want iedereen leest toch anders. Maar dat zou de zaak te makkelijk maken...

Onze ruimtelijke omgeving draagt wel degelijk een intentie. Een nauwe, donkere onderdoorgang voelt voor de meeste mensen onveiliger dan eentje die breed en verlicht is. Dat is geen illusie, dat is ontwerp dat werkt zoals bedoeld. Maar "de meeste mensen" is geen "alle mensen", en dat is precies waar de filosofie van Karl Popper iets te bieden heeft.

Popper hield zijn hele werk lang vol dat we de werkelijkheid nooit rechtstreeks kunnen waarnemen. Onze waarnemingen zijn altijd al gekleurd door de kennis en de verwachtingen die we meebrengen... wat hij later "theoriegeladen" noemde. We kunnen onze kennis van de werkelijkheid wel steeds verder verbeteren, maar nooit met absolute zekerheid afronden.

Voor een ontwerper of beleidsmaker is dat eigenlijk een bevrijdende gedachte. Je hoeft niet te streven naar de ruimte die door iedereen identiek wordt ervaren, want die ruimte bestaat niet en kan niet bestaan. Wat je wel kunt doen, is ontwerpen of beleid maken met de wetenschap dat jouw bedoeling slechts één stem is in een gesprek dat de gebruiker grotendeels zelf invult.

We zien de stad niet zoals zij is, maar zoals wij haar leren zien, door onze ervaringen, verwachtingen en kennis

(klik op afbeelding om te vergroten)

Dus: voor wie ontwerp je eigenlijk?

Als de boodschap nooit precies aankomt zoals bedoeld, wat doe je daar dan mee als ruimtelijk ontwerper of beleidsmaker? Ontwerp je voor de grootste gemene deler, in de hoop dat zoveel mogelijk lezingen samenvallen? Of ontwerp je juist voor meerduidigheid, voor een ruimte die bewust ruimte laat voor verschillende lezingen naast elkaar?

Het is een vraag die ook meespeelt in mijn eerdere blog over permanente oplossingen voor tijdelijke problemen. Daar ging het over de tijd, hier gaat het over de blik en gezichtsveld... maar de onderliggende vraag is hetzelfde: hoeveel zekerheid mag je een ontwerp of ruimtelijk beleid toedichten, voordat de werkelijkheid je inhaalt?


Een goede ruimte werkt niet voor iedereen hetzelfde, maar biedt ruimte aan verschillende manieren van beleven

(klik op afbeelding om te vergroten)