Individueel zwermen als verborgen kracht in stedelijk gedrag

Gepubliceerd op 15 februari 2026 om 12:34

Bijna tien jaar geleden ontwikkelde ik de theorie van individueel zwermen. De kern daarvan is eenvoudig, maar ongemakkelijk: mensen ervaren zichzelf als autonome individuen, terwijl hun gedrag zich in de praktijk opvallend collectief vormt. Keuzes die we beleven als persoonlijk – in de kleding die we dragen, hoe we ons verplaatsen of welke technologie we gebruiken – blijken achteraf vaak verrassend voorspelbaar. Juist die spanning tussen ervaren autonomie en zichtbaar collectief gedrag vormt het vertrekpunt van deze theorie.

 

Wat is individueel zwermen?

Individueel zwermen beschrijft hoe gedrag ontstaat in een continue wisselwerking tussen individu en omgeving. Mensen maken keuzes zonder centrale aansturing, maar doen dat niet in isolatie. We kijken naar elkaar, spiegelen ons aan wat we zien en reageren op wat zich in onze directe leefomgeving als ‘normaal’ aandient. Zo ontstaan patronen die niemand bewust ontwerpt, maar die wel degelijk richtinggevend worden voor hoe steden worden gebruikt en ervaren.

De foto-collage's van Hans Eikelboom hieronder maakt dat mechanisme tastbaar. Niemand heeft afgesproken om hetzelfde jack te dragen, en toch vertoont het straatbeeld een duidelijke samenhang. Dat is geen toeval, maar het resultaat van subtiele sociale afstemming. Wat individueel voelt, wordt collectief zichtbaar. En precies daarin schuilt de kern van individueel zwermen: vrijheid en gelijkvormigheid bestaan niet naast elkaar, maar vallen in de praktijk vaak samen.

Wat individueel voelt, wordt collectief zichtbaar in de publieke ruimte

bron >> https://hanseijkelboom.nl/

Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten

Waarom klassieke innovatiemodellen tekortschieten

Veel innovatietheorieën leunen nog altijd op Diffusion of Innovations, het innovatie-aaceptatiemodel van Rogers (1962). Dit model beschrijft op een duidelijke manier hoe innovaties zich verspreiden van voorlopers naar achterblijvers. Het model verklaart goed wanneer iets wordt geaccepteerd, maar het slaagt er minder in om te zien waarom grote groepen mensen plotseling tegelijk in beweging komen en zich laten beïnvloeden door nieuwe ideeën en trends.

Daarom is binnen Individueel Zwermen de koppeling met het Pareto principe (1906) en/of The Long Tale - opnieuw bekend gemaakt door Chris Anderson - van cruciaal belang. In veel maatschappelijke processen zie je dat een relatief kleine, maar invloedrijke groep richting geeft aan de veranderingen, terwijl een grote middengroep pas volgt wanneer iets normaal wordt in de samenleving.

Het model van Individueel Zwermen ontstaan op dit cruciale punt: niet bij de uitgesproken voor- of tegenstanders, maar in de brede kern die observeert, afweegt en zich als groep ontplooit naar nieuwe ideeën. Dit fenomeen heeft een sterke relatie met zowel de wil als de mogelijkheid om de innovatie of trend te omarmen. Mensen kopiëren gedrag niet omdat het hen opgedragen wordt, maar omdat het op dat moment als normaal wordt ervaren. Het draait dan om de keuze om wel of niet te willen, en om de capaciteit om dit gedrag ook daadwerkelijk te kunnen vertonen. Deze sociale dynamiek is essentieel voor de acceptatie van innovaties.

Publieke ruimte als spiegel van gedrag: individueel zwermen zichtbaar gemaakt op een stadsplein rond willen en kunnen

Zonnepanelen versus Deelmobiliteit

Dit verklaart waarom sommige innovaties in een razendsnel tempo worden omarmd, terwijl andere vastlopen. Zonnepanelen zijn een uitstekend voorbeeld van succesvol zwermgedrag. Hun zichtbaarheid, permanentie en sociale herkenbaarheid spelen hierbij een grote rol. Zodra ze in een straat verschijnen, verlagen ze de drempel voor anderen om ook over te stappen. Mensen hoeven niet overtuigd te worden door beleid of campagnes; de aanwezigheid in hun directe omgeving is voldoende om de norm te veranderen. De recente daling in populariteit, veroorzaakt door het verminderen van de terugleververgoeding, toont aan hoe kwetsbaar het zwermgedrag is voor externe invloeden.

Deelmobiliteit daarentegen komt niet echt van de grond. Dit gebeurt niet omdat mensen het concept afwijzen, maar omdat het zwermgedrag stuit op ruimtelijke frictie: volle stoepen, onduidelijke regels en een gebrek aan een stabiele norm. Deelfietsen en deelauto's worden weliswaar individueel gebruikt, maar als collectief ervaren ze chaos en ongrijpbaarheid. Hierdoor blijft het gebruik beperkt tot een kleine groep enthousiastelingen, terwijl er veel twijfel heerst bij potentiële gebruikers. "Staan ze echt klaar als ik ze nodig heb?" Het zwermgedrag komt niet volledig van de grond, aangezien de ruimte het gedrag nog niet voldoende zichtbaar  "bevestigt".

Waarom zonnepanelen massaal doorbreken en deelmobiliteit stokt: zwermgedrag zichtbaar in de stedelijke ruimte

Olifantenpaadjes: goed voorbeeld van zwermen

Olifantenpaadjes bestaan al zo lang als er steden zijn. Ze ontstaan op plekken waar mensen massaal en gezamenlijk een andere route kiezen dan oorspronkelijk bedoeld. Olifantenpaadjes laten op een treffende manier zien dat dit soort gedrag en deze fenomenen ouder zijn dan de nieuwste technologieën en de concepten van slimme steden. 

Niemand besluit collectief en bewust om het ontwerp te negeren, maar samen ontstaat er een nieuw eindeloos spoor dat vaak niet in de oorspronkelijke plannen was opgenomen. Dit maakt ze tot een krachtig en relevant voorbeeld van individueel zwermen. En al vóór de komst van technologie en moderne hulpmiddelen vormen ze een stille maar krachtige kritiek op de maakbaarheid van onze leefomgeving.

In die zin sluiten ze mooi aan bij het denken van Jane Jacobs, die nadrukkelijk benadrukte dat steden niet functioneel functioneren volgens de strikte lijnen van tekentafels, maar via het alledaagse gebruik en de interactie van haar bewoners. Het paadje is dan ook geen ontwerpfout, maar eerder een vorm van waardevolle feedback. Het laat op een duidelijke manier zien hoe ruimte zich aanpast aan gedrag van mensen, in plaats van dat dit laatste zich altijd aanpast aan de vooraf bepaalde ontwerpeisen.

Olifantenpaadjes tonen individueel zwermen: hoe steden zich aanpassen aan menselijk gebruik

De Terugkerende Vraag van Maakbaarheid

Deze vernieuwde kijk op individueel zwermen roept een klassieke maar dringende vraag op binnen de ruimtelijke ordening: In hoeverre is ons gedrag maakbaar? Lange tijd gingen we ervan uit dat een goed ontwerp automatisch leidt tot het gewenste gebruik. Individueel zwermen toont aan dat deze veronderstelling slechts deels waar is. Wanneer gedrag zich vanzelfsprekend als een zwerm organiseert, vragen we ons af: ontwerpen we te veel vóór het gedrag en te weinig mét het gedrag?

Misschien vraagt dit om een nieuwe benadering. In plaats van van tevoren te sturen op gewenst gedrag, zouden we meer moeten leren om te begrijpen wat er ontstaat. De vraag verandert dan van 'hoe ontwerpen we de stad?' naar 'wanneer durven we het ontwerp los te laten en het zwermgedrag serieus te nemen?'

In toekomstige blogs zal ik deze kwesties verder onderzoeken aan de hand van concrete stedelijke voorbeelden. Voor nu beschouw ik dit als een herijking van mijn theorie: individueel zwermen is geen bijverschijnsel, maar een fundamenteel mechanisme in de manier waarop steden zich ontwikkelen.


Ontwerpen vóór of mét gedrag? Stedelijke ruimte laat zien waar maakbaarheid haar grens bereikt