Over getallen, verhoudingen en het ontwerpen van plurale steden
In 2019 schreef ik een korte blog over wonderlijke getallen, naar aanleiding van een boek over de wiskunde van de oude Egyptenaren. Wat mij toen raakte, was niet zozeer een exotisch verleden of verborgen kennis, maar het ongemak dat ik voelde bij ons eigen huidige vanzelfsprekende rekenen. Hun wiskunde leek zich te onttrekken aan onze logica, terwijl ze er complete samenlevingen, steden en landschappen mee ordenden en vormgaven.
Nu, jaren later — na vele blogs & columns over wonen, mobiliteit, natuur en stad — merk ik dat die vraag terugkomt. En niet los te zien van mijn recente gedachtegang over de stad die leert van de natuur. Misschien raakt het wel aan een fundamentelere ontwerpvraag: welke vormen van ruimtelijke stedelijke ordening erkennen we eigenlijk als geldig?
Het stille uitgangspunt: tellen als norm
Onze steden zijn doordrenkt van tellen en rekenen. Woningen per hectare, vierkante meters, parkeerplaatsen, verkeersstromen, normen en bandbreedtes. Het tientallig stelsel — waarschijnlijk ontstaan uit niets meer dan tien vingers — is zo diep verankerd dat we het nauwelijks nog als keuze herkennen. Het is efficiënt, schaalbaar en bestuurbaar. Zonder dit systeem geen infrastructuur, geen woningbouwprogramma’s, geen begrotingen.
Maar hier sluipt een paradox binnen. Hoe verfijnder we leren meten, hoe moeilijker het lijkt te worden om te benoemen waarom sommige plekken prettig, betekenisvol of leefbaar zijn. Veel van wat een stad ‘doet’, laat zich slecht vangen in aantallen. Tellen geeft grip, maar betekenis laat zich niet optellen.
De natuur telt niet, zij verhoudt
Wie naar natuurlijke systemen kijkt, ziet een andere logica. Groei verloopt zelden lineair. Bladeren, schelpen, bloemen en rivierdelta’s volgen geen vaste stapgrootte, maar ontwikkelen zich via verhoudingen, ritmes en terugkerende patronen. Waarden als de gulden snede (φ) of logaritmische spiralen zijn geen rekentrucs, maar uitdrukkingen van een ordening zonder eindpunt.
In mijn blog De stad die leert van de natuur stelde ik de vraag wat het betekent als we steden niet alleen als machines, maar ook als levende systemen beschouwen. Dat gaat niet alleen over groen, water of ecologie, maar ook over de manier waarop we ordenen en ontwerpen. De natuur werkt niet met aantallen, maar met relaties.
Oud-Egyptische wiskunde: rekenen zonder abstractie
Juist hier wordt de Oud-Egyptische wiskunde interessant. Niet als mystiek alternatief, maar als een vergeten middenweg. Hun rekenen was praktisch, contextueel en situationeel. Breuken waren geen abstract probleem, maar een praktische manier om graan te verdelen, land opnieuw te meten na de Nijl-overstroming, of bouwwerken te ontwerpen.
Wat voor ons onvolledig of onhandig lijkt (geen nul, geen universele formules) was voor hen precies passend bij de werkelijkheid waarin zij leefden.
Historica Annette Imhausen laat zien dat dit geen ‘achterstand’ was, maar een andere rationaliteit: meervoudig, lokaal en doelgericht. Geen één allesomvattend systeem, maar verschillende ordeningen naast elkaar, afhankelijk van de situatie. Dat maakt hun wiskunde voor ons ongrijpbaar... en juist daarom relevant.
Steden leven tussen meten en waarderen
Ook hedendaagse steden bestaan in die twee werkelijkheden tegelijk. Ze worden ontworpen in aantallen, maar beleefd in (menselijke en natuurlijke) waarden. Een plein kan formeel te klein zijn en toch dagelijks goed functioneren als ontmoetingsplek. Een straat kan normatief ‘afwijken’, maar sociaal rijk zijn.
Denker en activiste Jane Jacobs benoemde dit al: stedelijke orde ontstaat niet altijd uit centrale planning, maar uit het samenspel van vele kleine, lokale handelingen.
Misschien schuilt de spanning niet zozeer tussen oud en nieuw of tussen natuur en stad, maar tussen meten en waarderen. En misschien ligt de uitdaging van het ontwerp niet in het vervangen van systemen, maar in het accepteren en omgaan met hun gelijktijdige bestaan.
Een bewuste keuze voor meervoudigheid
Dat brengt me tot slot bij iets kleins, maar veelzeggend: het beeldmerk bovenaan deze website. Het is bewust gebaseerd op meerdere toepassingen van de gulden snede. Niet als esthetisch trucje of willekeurig logo, maar als visuele uitdrukking van mijn stadsfilosofie. Een erkenning dat er meer dan één ordeningsprincipe bestaat. Dat niet alles wat waardevol is, volledig hoeft te worden verklaard.
De vraag is dus niet of we moeten stoppen met tellen en meten (met het veelgebruikte metrische systeem). Dat kunnen we niet, en dat hoeven we ook niet te willen. De vraag is: durven we naast het tellen ook weer te leren kijken naar verhoudingen, ritmes en betekenis?
Welke waarden verdwijnen uit beeld als we alleen blijven meten, data verzamelen en rekenen? En welke steden worden mogelijk als we beide (of meerdere) werkelijkheden naast elkaar laten bestaan?