De vraagkant: waarom senioren wel willen verhuizen – maar het niet doen
In een recente en uitgebreide themastudie laat ING zien dat ruim een kwart van de 65-plussers aangeeft te willen verhuizen, terwijl ongeveer slechts 4% zich daadwerkelijk de moeite getroost om de stap te zetten. Citaat uit deze studie:
"Ouderen staan erom bekend dat ze ‘honkvast’ zijn en niet veel verhuizen. We zien dit terug in de cijfers: in 2024 gaf slechts 4% van de 65-plussers aan dat ze afgelopen twee jaar zijn verhuisd, tegenover 11% onder huishoudens van 35 tot 64 jaar en 38% bij huishoudens jonger dan 35 jaar."
Op het eerste gezicht lijkt dit een rationeel en goed te begrijpen probleem: er is duidelijk verhuisbereidheid, maar er is tegelijkertijd onvoldoende beweging aan de andere kant van de medaille.
Toch zegt dit opmerkelijke verschil vooral iets heel anders. Het laat zien dat de woningmarkt in feite een complex economisch systeem is, terwijl wonen zelf een wezenlijke existentiële praktijk blijft, vol met persoonlijke betekenissen en emoties.
Wonen is geen rekensom
Als we het hebben over “doorstroming”, wordt dit vaak beleidsmatig benaderd. Het klinkt neutraal en bijna mechanisch: wanneer ouderen verhuizen naar een kleinere woning, ontstaat er ruimte voor gezinnen, en zo verder. Maar achter dit systeemdenken ligt een complexere werkelijkheid.
Een huis is zelden slechts een stapel stenen; het vertegenwoordigt een levensverhaal. De Duitse filosoof Martin Heidegger beschreef wonen als een fundamentele manier van “in-de-wereld-zijn”. Het gaat niet alleen om de fysieke ruimte; wonen omvat tijd, herinneringen en onze omgeving. Dit thema heb ik ook behandeld in mijn eerdere blog Doorstroming is geen verhuisadvies, maar een systeemvraag.
1 op de 8 tachtigplussers woont al meer dan vijftig jaar op hetzelfde adres. Wanneer iemand na dertig of veertig jaar verhuist, laat hij niet alleen een huis achter, maar ook een stuk van zijn biografie. Het is misschien niet verwonderlijk dat de intenties en daden soms niet met elkaar overeenkomen.
Een interessante stadsfilosofische vraag is: Is de senior die ervoor kiest om te blijven zitten irrationeel, of laat hij juist zien dat wonen meer omvat dan alleen optimalisatie?
Zekerheid is sterker dan stimulans
De ING-studie wijst op financiële barrières: verhuizen betekent vaak hogere maandlasten. Wie zijn hypotheek grotendeels heeft afgelost, woont relatief goedkoop. Een nieuw appartement — hoe passend ook — kan duurder uitvallen. Citaat uit het onderzoek:
"Voor de 41% 65-plussers in huurwoningen geldt dat ze bij een verhuizing regelmatig te maken krijgen met een markthuur die veel hoger ligt dan hun huidige huurlasten, vooral naarmate ze al langere tijd in dezelfde woning wonen."
Maar het gaat dieper dan alleen maar de maandlasten. De woning is voor veel ouderen een waardevolle en belangrijke vorm van zekerheid: lage vaste lasten, een vertrouwde buurt, sociale netwerken op loopafstand waar men altijd op kan rekenen. Verhuizen betekent in ruil voor die zekerheid het inwisselen van vertrouwdheid voor een onbekende geschiktheid, wat in feite een grote stap is.
Hier zit een ongemakkelijke paradox: vanuit het systeem gezien blokkeert deze keuze de doorstroming en een voortgang die misschien wenselijk zou zijn. Vanuit het perspectief van het individu is dit echter een volkomen rationele en begrijpelijke strategie. Waarom zouden mensen hun zo gekoesterde woonzekerheid opgeven ten bate van een collectieve woningmarktlogica die hen wellicht niet eens ten goede komt?
De kloof tussen willen en doen
Toch is de groep ouderen die er voor openstaat om te verhuizen een stuk groter dan de gerealiseerde verhuizingen tot nu toe suggereren. Bovenop de 2% van de 65-plussers die aangeeft dat zij in de komende twee jaar beslist wil verhuizen, sluit 19% niet uit dat ze binnen twee jaar verhuizen.
Dat meer dan een kwart daadwerkelijk wíl verhuizen, suggereert dat er wel degelijk een latente vraag is. Maar willen is niet per se hetzelfde als kunnen of durven. Verhuizen op latere leeftijd vraagt immers veel energie, overzicht, vertrouwen en bovendien ook begeleiding om het proces soepel te laten verlopen.
Gemeenten die werken met verhuiscoaches of woonadviseurs zien in de praktijk dat begeleiding vaak effectiever is dan financiële prikkels alleen. Niet omdat de rekensom per se verandert, maar meer omdat het verhaal verandert en hierdoor de perceptie ook. De stap wordt voor veel ouderen minder een verlies en meer een overgang naar een nieuwe levensfase.
Misschien zit hier de kern van de vraagkant: niet zozeer een gebrek aan woningen, maar een diepgaand gebrek aan een overtuigend narratief over de volgende woonfase die veel ouderen aanspreekt.
Vrijheid of Verantwoordelijkheid?
Het is een algemeen herkenbaar fenomeen dat mensen, en dus ook ouderen, de voorkeur geven aan het behouden van de huidige situatie. Bovendien hechten we vaak meer waarde aan het heden dan aan de toekomst, wat bekend staat als de present bias. Zolang ouderen in hun huidige woning goed functioneren en daar met tevredenheid wonen, zijn ze geneigd om toekomstige verhuisbeslissingen uit te stellen .
De ING-studie pleit voor een combinatie van stimulering en sturing. Dit roept een fundamentele vraag op: Wonen in Nederland is sterk verbonden met individuele vrijheid, maar we ervaren ook een collectieve schaarste. Wanneer senioren niet verhuizen, voelen starters en gezinnen daar de gevolgen van. Moet het beleid hen verleiden? Ondersteunen? Of juist subtiel sturen?
Deze vraag raakt aan een morele grens: Hoe verhoudt de individuele woonvrijheid zich tot de collectieve verantwoordelijkheid in een krappe markt? Misschien is de werkelijke vraag niet waarom senioren niet verhuizen, maar waarom wij verwachten dat zij dat vanzelfsprekend zouden moeten doen.
Boeiende blog? Lees dan ook >>