Ergens de afgelopen tijd viel me iets op in de stapel omgevingsvisies en volkshuisvestingsprogramma's die onder ogen heb gehad. Circulair bouwen en biobased materialen staan er vrijwel overal in, als ambitie, als doelstelling, als streefcijfer. Maar nergens vond ik (concreet) de plekken op de kaart waar die ambitie ook daadwerkelijk kan of mag landen...
Ik zie eigenlijk nergens gereserveerde hectares voor vlasteelt, bestemming voor een materialen-depots, of vierkante meters voor de fabriek waar de gevelelementen kunnen worden geprefabriceerd.
Ik ben er eens ingedoken en wat blijkt: er is wordt zeker wel over nagedacht. Zo is er een nationale Aanpak Biobased Bouwen en is is een Rijks-handreiking Biobased (ver)bouwen met concrete inrichtingsconcepten per landschapstype. Provincies als Zuid-Holland hebben een eigen ruimtelijke strategie voor circulair vastgesteld, inclusief een netwerk van strategische hublocaties voor urban mining.
Circulair bouwen is een vakgebied met veel kennis, onderzoekers en instrumenten. Alleen landt die kennis nog nauwelijks in de ruimtelijke hoofdstukken van omgevingsvisies en programma's zelf. Daar blijft het bij aantallen woningen, hectares bedrijventerreinen, bij percentages duurzame energie... eigenlijk bij de bekende ruimtelijke claims. De ruimtevraag van de circulaire bouwketen zelf ontbreekt.
Circulair bouwen vraagt ruimte,
waar doen we dat?
De ruimte die de kringloop kost
Het Planbureau voor de Leefomgeving becijferde het scherp: een volledig circulaire economie vraagt in 2050 tot veertig procent meer ruimte dan de huidige lineaire, fossiele economie. Dat lijkt een omkering van wat je zou verwachten... circulair klinkt als compacter, als een kringloop die minder beslag legt op de wereld, terwijl het ruimtelijk juist meer vraagt. Opslag, bewerking, tussentijdse voorraadvorming; het vraagt allemaal ruimte.
Nog belangrijker is de tweede constatering van het PBL: in de praktijk is de omzetting van een bedrijventerrein naar een andere bestemming vaak onomkeerbaar. Bovendien kan de ontwikkeling van zo’n terrein, door langdurige vergunningstrajecten, tientallen jaren duren. Een woonwijk wordt daarentegen vaak sneller gerealiseerd.
Wie nu geen ruimte reserveert voor teelt, opslag en verwerking, kan die ruimte over tien jaar niet zomaar terugwinnen. Tegen die tijd vraagt een circulaire woonwijk mogelijk al om deze materialen, of is er uit pragmatische overwegingen al een niet-circulaire woonwijk gebouwd.
Voorbeelden die er al wél zijn
Ook hier geldt dat er koplopers bestaan. In de regio Holland Rijnland werkt een plan van aanpak voor circulaire hubs toe naar een regionaal systeem van hublocaties, juist omdat hoogwaardig hergebruik van materialen alleen werkt als de materialen ook daadwerkelijk beschikbaar en opgeslagen zijn.
Zuid-Holland organiseerde in voorjaar 2026 een conferentie om biobased bouwen te laten opschalen van ambitie naar uitvoering.
Er werd gesproken over afspraken rond standaardisatie en investeringszekerheid tussen overheden, opdrachtgevers en aanbieders.
Deze voorbeelden laten zien dat het mogelijk is. De uitdaging is om deze aanpak van uitzondering tot norm te maken en haar structureel te verankeren in de ruimtelijke hoofdstukken zelf, in plaats van in afzonderlijk beleid of losse programma’s.
Een GOED voor circulair bouwen?
Voor de mobiliteit van mensen hebben we STOMP. Voor de mobiliteit van goederen stelde ik in een eerdere blog PULST voor. Ook de ruimtevraag van circulair en biobased bouwen verdient zo'n kapstok, iets wat helpt om bij elke visie of elk programma de vraag te stellen: is hier ruimte voor gereserveerd?
Een voorstel van mijn kant: GOED... vier fasen die de circulaire bouwketen in de ruimte doorloopt.
- G van Groei
Ruimte voor de teelt van biobased grondstoffen, hout, vlas, hennep, op landbouwgrond en eventueel natuurgebieden die daarvoor bewust worden bestemd, in plaats van als restpost naast voedselproductie. - O van Opslag
Ruimte voor depots waar zowel geoogste grondstoffen als vrijgekomen sloopmateriaal tussentijds worden bewaard, gesorteerd en klaargemaakt voor hergebruik. - E van Emissiearme productie
Ruimte voor de fabriek, waar bouwelementen modulair en industrieel worden geproduceerd. Zodat de uitstoot niet langer op de bouwplaats zelf plaatsvindt maar gecontroleerd en efficiënt in een productieomgeving. - D van Distributie
Ruimte voor de logistiek die alles met elkaar verbindt: de aan- en afvoer tussen teeltgrond, depot, fabriek en bouwplaats. Een goede database maakt een slimme koppeling mogelijk tussen vraag en aanbod, ook voor langere tijd van bouwperioden.
Een gebouw, project of woonwijk dat GOED tot stand komt, maakt de volledige ruimtelijke voetafdruk traceerbaar... "van akker tot gebouwde omgeving". Maak dit alles zichtbaar in ruimtelijke programma’s, omgevingsvisies en omgevingsplannen.
Een kringloop die nog geen plek heeft
Steden en hun ommeland vormen samen een keten die grondstoffen laat groeien, gebruiken en weer opnieuw laat groeien. 'GOED' is niet meer dan een aanzet van mijn kant, maar het zet wel de vraag scherp: als we de ambitie voor circulair en biobased bouwen serieus nemen, waarom reserveren we er dan nog zo weinig ruimte voor?
Wie bepaalt straks welke hectare landbouwgrond vlas mag telen, welk bedrijventerrein een depot mag worden, en wie zorgt ervoor dat die keuzes op tijd worden gemaakt, voordat de ruimte al is volgebouwd met iets anders?