Een jaar geleden stond het volop in de krantenkoppen: een derde van de nieuwbouwwoningen loopt vertraging op door bezwaren van omwonenden (NOS, Binnenlands Bestuur, Gebiedsontwikkeling.nu). Het begrip ‘bezwaarburger’ werd geïntroduceerd: de omwonende die, vaak met legitieme zorgen, maar soms ook uit puur eigenbelang, juridische stappen zet tegen woningbouwplannen. Inmiddels hoor je er minder over. Is het probleem opgelost, of is de aandacht verschoven?
Cijfers laten zien dat het probleem nog springlevend is. De gemiddelde doorlooptijd van een bezwaar- en beroepsprocedure bij de Raad van State is nog steeds zo’n 20 maanden (Gebiedsontwikkeling.nu). Bekende bezwaargronden zijn verlies van uitzicht, verkeersoverlast en parkeerdruk.
In sommige gevallen belandt een plan in een patstelling, totdat er – soms tegen betaling van forse ‘afkoopsommen’ – een oplossing wordt gevonden (NOS). De paradox is helder: inspraak is een kernwaarde van onze democratie, maar kan in tijden van woningnood ook vertragend en zelfs blokkerend werken.
Als tegenreactie op deze eenzijdigheid gingen sommige gemeenten op zoek naar een tegenstem: de stem van de woningzoekende. In Apeldoorn kregen woningzoekenden bijvoorbeeld een plek in adviesrondes richting de gemeenteraad bij gevoelige bouwplannen (bron: Gaat Apeldoorn luisteren naar woningzoekenden).
Ook in andere steden wordt geëxperimenteerd met digitale platforms, participatieavonden en panels waarin woningzoekenden aangeven waarom snelheid en betaalbaarheid voor hen cruciaal zijn. Het idee: het debat verbreden zodat niet alleen wie er al woont, maar ook wie er wil wonen, invloed heeft. Voorbeelden hiervan zijn: Naarden, Groningen en Utrecht. Uiteraard zijn er nog veel meer voorbeelden te vinden...
Toch blijft het vinden van balans ingewikkeld. Gemeenten die inzetten op vroegtijdige participatie en duidelijke spelregels boeken soms tijdwinst, maar lopen nog vaak tegen juridische vertraging aan. De nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting wil bezwaar- en beroepsmogelijkheden beperken tot één moment na vergunningverlening, in de hoop procedures te versnellen (zie: Gebiedsontwikkeling.nu). De vraag is of dat voldoende is, of dat er een bredere cultuurverandering in de besluitvorming nodig is.
Uiteindelijk is dit een democratische paradox: participatie is bedoeld om plannen beter en rechtvaardiger te maken, maar woningnood vraagt om tempo. Misschien is de belangrijkste vraag niet wie er mag spreken, maar wie er nog níet gehoord wordt. Wat als de stem van de woningzoekende net zo zwaar woog als die van de omwonende? Hoe anders zouden de bouwprojecten dan verlopen en hoe anders zouden onze steden er dan uitzien?