In de vorige blog van dit drieluik stond de vraagkant centraal: waarom verhuizen senioren vaak niet, ondanks passende alternatieven? Maar wie daar stopt, ziet maar de helft van het systeem. In deze blog draait het perspectief om: niet de bewoner, maar de woning zelf staat centraal.
De Aanbodkant: Bouwen We Woningen of Levens?
De behoefte aan seniorenwoningen neemt de komende jaren toe, gezien de vergrijzing van de bevolking en de gebreken die vaak met ouderdom samenhangen. Bovendien is het overheidsbeleid gericht op het ondersteunen van ouderen om langer zelfstandig thuis te blijven wonen. In 2022 heeft de overheid daarom als doel gesteld om 290.000 nieuwe ouderenwoningen aan de huidige voorraad toe te voegen.
Hoewel de woningmarkt aanvankelijk lijkt te draaien om aantallen, gaat het bij de seniorenwoningmarkt om een complexer probleem. Het gaat niet alleen om hoeveel we bouwen, maar vooral om wat we bouwen.
Uit recent onderzoek van ING blijkt dat de doorstroming op de woningmarkt alleen op gang komt wanneer het aanbod daadwerkelijk aansluit bij het leven van de bewoners. En net daar gaat het vaak mis. We bouwen wel woningen, maar we sluiten onvoldoende aan op de levensstijl en behoeften van de mensen die erin zullen wonen.
Wat is 'passend'? Meer dan alleen muren en een prijs
Het begrip 'passende woning' wordt vaak genoemd, maar blijft zelden concreet. Toch is de essentie verrassend tastbaar. Onderzoek van Platform31 en Het grote 55-plus woonwensenonderzoek (Sociaalweb.nl, 2022) toont aan dat senioren doorgaans niet op zoek zijn naar een kleinere woning, maar naar iets anders.
Een woning met twee kamers blijkt vaak niet toereikend. De extra kamer (voor gasten, hobby’s of toekomstige zorg) kan het verschil maken tussen een tijdelijke oplossing en een plek waar iemand zich opnieuw kan vestigen. Dit geldt ook voor buitenruimtes: een Frans balkon is vaak écht onvoldoende. Mensen verlangen naar een plek waar ze lekker met familie of vrienden kunnen zitten, genieten en leven.
Misschien nog belangrijker is de ligging. Een woning kan op papier perfect lijken, maar zonder nabijheid tot voorzieningen zoals een supermarkt, huisarts of vertrouwd netwerk, blijft verhuizen uit. Daarbij is het kunnen verhuizen in de eigen buurt of wijk van groot belang. Diverse senioren hebben de voorkeur voor wonen in een hofje, maar wel gemengd met bijvoorbeeld de nabijheid van eenoudergezinnen, zodat er wat leven in de brouwerij is.
Dit sluit aan bij het werk van Jane Jacobs: steden functioneren niet alleen door hun ontwerp, maar ook door dagelijks gebruik. De onderliggende vraag is: ontwerpen we woningen, of verplaatsen we levens?
De stad zit niet vol... ze zit vast
Als we kijken naar de bestaande woningvoorraad ontstaat er een intrigerend en complex beeld. Veel ruimte is er al aanwezig in de stad, maar deze ruimte wordt vaak op een andere manier gebruikt dan vroeger. Grote woningen die ooit speciaal voor gezinnen zijn gebouwd, worden nu vaak door slechts één of twee personen bewoond, wat leidt tot een onderbenutting van deze waardevolle vierkante meters.
Volgens diepgaande analyses van Stec Groep ligt hier een groot, waardevol, maar moeilijk te ontsluiten potentieel. Denk vooral aan het splitsen van woningen, het toevoegen van extra woonlagen op bestaande structuren of het mogelijk maken van efficiënte verhuizingen binnen de eigen wijk. Dit zijn geen spectaculaire ruimtelijke ingrepen, maar eerder kleine strategische verschuivingen met de potentie om grote, positieve effecten teweeg te brengen in de leefomgeving.
De Franse filosoof Henri Lefebvre zou zeggen: ruimte is geen leeg gegeven, maar een resultaat van de manier waarop we haar gebruiken. De stad is er al, en de fundamenten zijn stevig. Alleen gebruiken we haar niet als een samenhangend systeem dat efficiënt kan functioneren. De paradox is daarmee scherp en opvallend: we zoeken naar ruimte aan de randen van de stad, terwijl die in het hart van de stedelijke gebieden vastzit en wacht op nieuwe manieren om benut te worden.
Het echte tekort: het juiste type woning
Een blik op de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek toont aan dat de groei vooral voortkomt uit kleinere huishoudens. Dit komt zowel door de vergrijzing als door de stijging van het aantal scheidingen en de toenemende individualisering, wat resulteert in meer singles en stellen zonder kinderen.
Dit zorgt ervoor dat de vraag naar seniorenwoningen veel groter is dan het lijkt. Het gaat hierbij niet alleen om ouderen, maar om een fundamentele mismatch in het type woningen dat wij aan onze voorraad toevoegen. Het huidige woningaanbod richt zich echter nog steeds voornamelijk op gezinswoningen.
De oplossing ligt minder in specifieke "seniorencomplexen", maar eerder in flexibele standaardwoningen: middelgrote appartementen van ongeveer 60 tot 100 m² met twee of drie kamers. Deze woningen zijn ook uitermate geschikt voor starters, jongeren of alleenstaande ouders met gedeelde zorg voor hun kinderen.
Woningen die niet alleen voor één specifieke doelgroep zijn, maar die inspelen op verschillende levensfases. Juist deze flexibiliteit bevordert doorstroming; niet door mensen te dwingen om te verhuizen, maar door hen een logisch en aantrekkelijk alternatief te bieden.
Wonen als continuïteit, niet als breuk
Toch blijft er een onderliggend gevoel knagen. Want zelfs als de woning ideaal lijkt, verhuizen mensen vaak nog steeds niet. Wonen is immers meer dan zomaar de optelsom van kenmerken. De Duitse filosoof Martin Heidegger beschreef wonen als een manier van zijn: het is de verbinding van mensen met hun omgeving, hun herinneringen en dagelijkse routines.
Verhuizen is daarom zelden een louter rationele beslissing. Voor velen, vooral ouderen, is het een existentiële stap. Dit inzicht heeft directe gevolgen voor het woningaanbod. Huizen die op papier perfect zijn, zijn vaak niet aantrekkelijk als ze aanvoelen als een breuk met het bestaande leven.
Praktijkvoorbeelden uit onder andere publicaties van Platform31 tonen aan dat de bereidheid om te verhuizen toeneemt wanneer mensen binnen hun eigen wijk of vertrouwde omgeving kunnen blijven. Niet de woning zelf, maar de continuïteit van hun leven is bepalend voor de keuze.
Het is bovendien cruciaal om de doelgroepen actief te betrekken bij de planvorming. Volgens stedelijk strateeg Wouter Spijkerman is er zowel politieke als bestuurlijke aandacht vereist, evenals een proactieve aanpak: van tijdige inbreng in de planontwikkeling tot het betrekken van relevante partijen om de opgave te realiseren. Dit geldt niet alleen voor ouderen, maar ook voor starters met woningbehoeften (zie ook: Platform31).
Van Bouwen naar Bewegen
Wat de aanbodkant van de seniorenwoningmarkt onthult, is een fundamenteel systeemprobleem. We blijven woningen beschouwen als het centrale element, terwijl het in werkelijkheid draait om de dynamiek binnen een bestaand geheel:
- Niet alleen bouwen, maar anders bouwen.
- Niet enkel voor senioren, maar voor 1- en 2-persoonshuishoudens.
- Niet voor doelgroepen, maar voor levensfasen.
- Niet alleen nieuwbouw, maar ook transformatie van bestaande woningen en vastgoed.
- Niet los van de stad, maar als integraal onderdeel ervan.
De woningmarkt is dus geen optelsom van alleen huizen, maar een complex systeem van mensen, plaatsen en tijd. Misschien is dit de wezenlijke vraag: Als de ideale seniorenwoning ook de perfecte woning voor starters is — waarom bouwen we deze dan nog zo weinig?