De lantaarnpaal stroomt mee: dubbelfuncties, een jaar later

Gepubliceerd op 9 augustus 2026 om 12:34

Een jaar geleden schreef ik over slimme ruimte en dubbelfuncties. De kernvraag was simpel en tegelijk lastig: wordt de stad slimmer voor haar bewoners, of vooral voor het imago van bestuurders en technologieleveranciers? Ik concludeerde toen dat veel dubbelfuncties bleven steken in de pilotfase. Leuk voor de foto, weinig impact op het gebruik.

Deze week zag ik iets voorbijkomen dat die conclusie op de proef stelt: bij de Makersfabriek in Zwolle zijn de eerste laadpunten in lantaarnpalen van Overijssel in gebruik genomen. Geen losse laadpaal naast de mast, maar de laadfunctie geïntegreerd in de bestaande lichtmast. Tijd voor een update.

Smart Cities: slimme dubbelfuncties in steden

Zwolle: de laadlantaarn als testcase

De betrokken technologiebedrijven plaatsten twee slimme lichtmasten met vier laadpunten, gebouwd op techniek van CityCharge. Het idee is nuchter: er ligt al een stroomaansluiting bij elke lantaarnpaal, dus waarom niet meerdere laadpunten slim verdelen over diezelfde aansluiting? Overal in Nederland staan laadpalen náást lantaarnpalen, twee objecten met elk hun eigen aansluiting, hun eigen vergunning, hun eigen plek in de straat. De redenering achter de laadlantaarn is dat die scheiding eigenlijk nergens meer voor nodig is.

De cijfers maken het interessant. Overijssel telt ruim 200.000 lichtmasten. Zo'n 10 procent staat al naast een parkeerplek en is dus direct geschikt als laadlocatie... dat zijn 20.000 palen, goed voor circa 40.000 laadpunten. Zonder één nieuw object in de openbare ruimte. Geen extra paal, geen extra fundering, geen extra stukje straat dat opnieuw wordt opengebroken. Alleen een bestaande voorziening die meer gaat doen dan waarvoor ze ooit is neergezet.

Dat is precies het criterium dat ik vorig jaar miste bij veel smart-city-pilots: vertrekken vanuit een echte behoefte in plaats van vanuit de techniek. Laadinfrastructuur is duur en traag om aan te leggen, vooral door netcongestie en de zoektocht naar geschikte plekken. Een bestaande aansluiting hergebruiken lost een reëel probleem op. Geen decorstuk, maar een werkend antwoord op schaarste.

Niet meer objecten, maar meer functies...
als voorbeeld de laadlantaarn

(klik op afbeeldingen om te vergroten)

Zwolle staat niet alleen

Wat me vooral opvalt: dit is geen geïsoleerd experiment. In Renkum ging in 2022 de eerste laadlantaarn van Nederland van start. Eindhoven claimde in 2023 al een primeur met CityCharge. En Arnhem gaat een stap verder: daar wordt de laadlantaarn standaard in alle nieuwbouwwijken, met een eerste plaatsing van 150 palen (aldus een bericht uit 2024).

Zwolle is dus niet de eerste, maar wel de eerste in Overijssel... en dat verschil zegt iets. Binnen ongeveer vijf jaar tijd is dezelfde dubbelfunctie op meerdere plekken in het land opgeschaald van pilot naar standaardspecificatie. Dat is precies het kantelpunt-mechanisme dat ik beschreef in Alles stroomt, het een sneller dan het ander: zodra iets de default wordt in nieuwbouw, normaliseert het zich en versnelt de adoptie zichzelf.

En het blijft niet bij licht en laden. Ook elders wordt bestaande infrastructuur een tweede functie gegeven, en die voorbeelden zijn inmiddels verder dan de proefopstelling. Het geluidsscherm langs de A50 bij Uden, waar Rijkswaterstaat, TNO en Heijmans dubbelzijdige zonnepanelen in het scherm zelf verwerkten, draait inmiddels al enkele jaren mee. De evaluatie is ronduit positief: het scherm wekt zo'n 200 megawattuur per jaar op, twintig procent meer dan vooraf berekend, genoeg voor circa zestig huishoudens.

In Alkmaar werd afgelopen februari het Energieleverend Geluidsscherm aan de Huiswaarderweg opgeleverd: 4.300 zonnepanelen, goed voor zo'n 1.265 megawattuur per jaar. Opvallend is dat dit scherm er kwam op initiatief van bewoners zelf, die zich verenigden in een eigen belangengroep. Geen bestuurlijke showcase dus, maar een oplossing die van onderop is opgehaald. Ander object, zelfde logica: geen nieuwe drager erbij, maar een bestaande drager die meer gaat doen.

Meer voorbeelden van dubbelfuncties in Nederland

(klik op afbeeldingen om te vergroten)

De trage laag, sneller dan verwacht

In de lagenbenadering die ik eerder gebruikte, beweegt de digitale laag in seconden en de fysieke laag van steden in decennia. Die spanning blijft bestaan. Maar deze voorbeelden laten iets interessants zien: de fysieke laag hoeft niet zelf sneller te worden om toch sneller mee te bewegen. Ze kan liften.

Door de laadfunctie te enten op een bestaande lichtmast, of de opwekfunctie op een bestaand geluidsscherm, wordt het traagste onderdeel van het proces overgeslagen: de vergunning voor een nieuw object, de nieuwe fundering, de nieuwe kabel in de grond. Je knoopt aan bij wat er al ligt, in plaats van iets nieuws te bouwen. Dat is geen versnelling van de trage laag zelf, maar een omleiding eromheen. En die omleiding blijkt, over een paar jaar bezien, verrassend effectief.

De stad versnelt niet door méér te bouwen, maar door slimmer aan te sluiten op wat er al is

Slimme schijn of toch slimme ruimte?

Toch blijft de kritische vraag uit mijn vorige blog relevant. Wie beheert straks de paal die licht, laadstroom en misschien straks ook sensordata levert? De foto bij het Zwolse artikel, met wethouder en ondernemers poserend bij de paal, heeft nog altijd iets van het ritueel dat ik vorig jaar beschreef... de showcase, het knipmoment. Dat op zich zegt niets over de waarde ervan, maar het is wel de reflex om alert op te blijven.

Het verschil met veel slimme dubbelfuncties is dat hier de behoefte evident is: parkeerdruk, netcongestie en de wens om niet nóg meer palen in de straat te zetten. Geen technologie op zoek naar een probleem, maar een oplossing voor een probleem dat er al lag.

Misschien is dat de nuance op mijn conclusie van vorig jaar. De toekomst van slim is niet per se langzaam... maar wel afhankelijk van of je nieuwe techniek durft te enten op wat er al staat, in plaats van er telkens iets nieuws naast te zetten. Die vorm van slimheid zit niet in de snelheid van de digitale laag, maar in het lef om de trage laag met rust te laten en er slim gebruik van te maken.


Slim (smart) is niet nieuw toevoegen, maar bestaande ruimte beter laten werken