Van boulevard naar fotocabine

Gepubliceerd op 1 november 2026 om 12:34

Twee gouden handen

In een oud nummer van Quest sloeg ik een dubbele pagina open met in grote gele letters: het coolste land op aarde. Daaronder een foto uit Seoul van twee reusachtige gouden handen, de polsen over elkaar gekruist. Wie de jaren tien bewust heeft meegemaakt, zou het gebaar meteen moeten herkennen. Bij mij duurde het eerlijk gezegd even. Ik moest het even opzoeken... en toen viel het kwartje: de paardendans van Psy uit Gangnam Style. Sinds 2016 staat het blijkbaar als beeld in de stad. Een toerist doet de dans na, een ander houdt de telefoon in de aanslag.

Ik bleef er langer naar kijken dan ik had verwacht. Hier staat een monument voor een popliedje, met als belangrijkste functie dat je ervoor gaat staan en jezelf fotografeert. Gangnam zelf was tot halverwege de jaren zestig nog boerenland en is in de jaren zeventig planmatig uit de grond gestampt als nieuw stadsdeel om Seoul te ontlasten (zie: Seoul Solution), en is nu wereldberoemd door een song. Dat lijkt iets wat alleen daar gebeurt... maar zien we hier ook al dingen die erop lijken?

Daarachter zit een grotere vraag. Als een generatie haar beelden, muziek en eten steeds vaker ergens anders vandaan haalt, haalt ze dan ook haar ideeën over hoe een stad moet voelen daar vandaan? En welke waarden reizen er dan stilletjes mee?

Welke waarden reizen en bouwen stilletjes mee aan ons idee van stad? 

Van wie lenen we onze dromen?

Steden zijn nooit alleen gebouwd op behoefte, maar ook op verlangen. En dat verlangen kwam en komt vaak van buiten. Eeuwenlang keken we naar het cultureel ontwikkelde Europa: zoals in de 19e eeuw Parijs met zijn boulevards, zijn cafés en zijn idee van de stad als podium voor het burgerlijke leven. Ook Amsterdam brak eind negentiende eeuw met de Raadhuisstraat een boulevard door de grachtengordel, volgens de methode die Haussmann in Parijs had geïntroduceerd (zie Ed Taverne in OverHolland).

In de vorige eeuw was het onmiskenbaar Amerika. Niet via vakboeken, maar via films, muziek en reclame leerden we dromen van de auto als vrijheid, het eigen huis met tuin en het winkelcentrum aan de rand van de stad. Na de oorlog werden Nederlandse steden daarop aangepast, soms met de reconstructie van hele stadsdelen om de opmars van de auto op te vangen (zie Techniek in Nederland, DBNL). De stad volgde de droom, het ontwerp kwam daarna.

Dat is het punt dat me bezighoudt: met elke inspirerende cultuur reisden ook waarden mee. De boulevard stond voor orde en representatie, de buitenwijk (suburb) voor individuele vrijheid en een eigen afgebakende ruimte. Die waarden noemden we zelden zo, ze zaten verstopt in beelden die we gewoon mooi of modern vonden.

En nu? Dat er geopolitiek een andere wind waait uit de Verenigde Staten, voelen we allemaal. Tegelijk kijken vooral jongeren steeds vaker naar Azië, en Zuid-Korea in het bijzonder. Het is niet alleen K-pop. Koreaans eten duikt inmiddels ook op in kleinere steden en wordt al de nieuwe sushi genoemd, en de VPRO zag de Koreaanse golf al terug in dansgroepen, bubbleteazaken en winkels met alleen Koreaanse huidverzorging.

Maar misschien is “van Amerika naar Korea” net iets te gemakkelijk. Het kan ook zijn dat er helemaal geen land meer is waar we samen naar opkijken. Vroeger bepaalden een handvol films, bladen en zenders welk buitenland we te zien kregen. Nu scrollen jongeren door Instagram en TikTok, waar een algoritme per persoon kiest wat voorbijkomt: een café in Seoul, een woontoren in Tokio, een fietsstraat in Kopenhagen en een strand in Los Angeles, allemaal door elkaar. Dan is het buitenland waar we naar opkijken geen land meer, maar een algoritme... en de vraag blijft precies dezelfde: welke waarden zitten verstopt in de beelden die we nu mooi of modern vinden?

We lenen beelden van elders. Welke waarden bouwen we ongemerkt mee?

>> klik op afbeeldingen voor een grotere weergave

De publieke woonkamer

Een eerste waarde die opvalt in de Koreaanse stad: je woont klein, en de stad is je woonkamer. Het café, de karaokebox, de gamezaal en de nachtwinkel vangen op wat in het appartement niet past. Er bestaat zelfs een woord voor de mensen die het café als studeerkamer gebruiken, cagongjok. Het liep zo uit de hand dat Starbucks in Korea desktops, printers, stekkerdozen en afscheidingsschermen verbood. Tussen 2015 en 2024 verdubbelde het aantal koffiezaken er.

Dat klinkt ver weg, tot je in Nederland om je heen kijkt. In Groningen handhaaft de universiteit een laptopverbod in de kantine tussen twaalf en twee, met omroepberichten om de studerende studenten weg te krijgen. Klein voorbeeld, zelfde schuurpunt: jongeren zoeken een plek om te zijn, buiten een kamer die daar te klein voor is.

We hebben daar ook een eigen, publieke variant van. De LocHal in Tilburg, een oude locomotiefwerkplaats die bibliotheek en stadscafé werd, wordt door de stad zelf als huiskamer gezien. De jury die het tot gebouw van het jaar koos, noemde het een sociale condensor. Waar je in Seoul met een kop koffie betaalt voor je plek, betaal je hier met belastinggeld.

Ondertussen groeit ook de commerciële kant. Co-living, met een klein privédeel en gedeelde keukens, lounges en werkplekken, wordt nadrukkelijk gepresenteerd als antwoord op woningnood én eenzaamheid, al vragen critici zich af of het echte sociale banden oplevert of samenleven vooral commercialiseert. En de publieke woonkamer staat juist onder druk: in de Utrechtse Geuzenwijk sloot de jongerenhuiskamer in 2017, en acht jaar later was er nog steeds geen nieuwe plek.

Dat roept vragen op die ik niet in één keer kan beantwoorden. Accepteren jongeren hier ook kleinere woningen als de buurt de woonkamer levert? Is dat een kans voor de woningbouwopgave, of een manier om krapte mooi te verpakken? En wie betaalt die woonkamer: de gemeente, de belegger of de jongere die elk uur een nieuwe koffie moet bestellen? Korea laat ook de keerzijde zien, met veel alleen wonen, alleen eten en eenzaamheid. Is de publieke woonkamer daar een oplossing voor... of juist een symptoom?

Als de buurt je woonkamer wordt,
wie betaalt dan je plek?

De stad als decor, in het tempo van gemak

Terug naar de 'gouden handen'. Een tweede waarde die meereist, is de stad als achtergrond voor beeld. In Seoul staan op elke hoek onbemande fotostudio’s die dag en nacht open zijn, waar vrienden met konijnenoren een fotostrip laten maken. Inmiddels staat er ook een in Rotterdam: bij KeaPop vind je volgens de stad zelf de enige officiële Koreaanse Photoism-cabine van Nederland, compleet met frames van K-popartiesten. Mooi detail: de fotocabine is een oude Amerikaanse uitvinding die via Korea terugkomt.

En daar zit meteen een eerlijke nuance. De stad als decor is niet typisch Koreaans. Het Amsterdamse WONDR, een ruimte vol fotogenieke installaties, haakt aan op een Amerikaanse trend van musea die vooral bestaan om er foto’s te maken. Het beeld komt dus niet uit één land, het komt uit de feed. Wel valt op hoe vaak de vorm en het tempo tegenwoordig in Korea worden uitgevonden.

Dat tempo is de derde waarde. Korea kent de ppalli ppalli-cultuur, letterlijk snel snel. Het land heeft met ruim 55.000 winkels de hoogste dichtheid aan convenience stores per inwoner ter wereld, allemaal dag en nacht open, met ramen, pakketservice en een tafeltje om te eten. Het is de ratel van het gemak waar ik eerder over schreef, maar dan voltooid: alles nabij, altijd, zonder wrijving.

Nederland kreeg daar een eigen voorproefje van met de flitsbezorgers, die beloofden je boodschappen binnen tien minuten te leveren vanuit dark stores midden in de wijk. Het gemak was er, de ruimtelijke prijs ook: afgeplakte ramen, koeriers en bevoorrading de hele dag door. Het sluit aan bij wat ik eerder schreef over wijken vol pakketjes, waar goederen in het ontwerp zo vaak achteraan komen.

Ook hier wil ik vooral vragen stellen. Ontwerpen we straks voor de bewoner of voor de camera? Wordt de mooiste plek van de buurt de plek waar je het best op de foto staat? En als altijd-open de norm wordt, wat doet dat met het ritme van de stad, met de nacht als rustmoment en met de straat die al vol bestelbusjes staat?

Een stad om in te leven, op de foto te zetten en razendsnel te bezorgen... past dat op hetzelfde plein?

Nederstad als filter

De flitsbezorgers laten ook zien waarom het hier waarschijnlijk anders loopt dan in Seoul. Amsterdam weerde de dark stores uit woonwijken, Rotterdam, Utrecht en Groningen namen vergelijkbare besluiten, en de Raad van State stelde Amsterdam in het gelijk toen een bezorger tegen het bestemmingsplan procedeerde. Het gemak kwam binnen, maar werd via raadsbesluit en bestemmingsplan getemd.

Dat is -denk ik- geen toeval. Nederland heeft geen megastad van tien miljoen mensen, maar een plurale Nederstad van middelgrote steden en dorpen die als netwerk samenwerken. En we hebben een democratische cultuur waarin bijna elke ruimtelijke keuze langs inspraak, raad en rechter gaat. Een Seouls complex van dertig identieke woontorens komt hier niet zomaar door de procedure.

Misschien wordt de Koreaanse invloed hier dus kleinschaliger vertaald. Geen megacomplex, wel een café-woonkamer in een oude fabriekshal... Geen convenience store op elke hoek, wel een pakketpunt bij de supermarkt... Geen monument voor een popsong, wel een fotocabine tussen de boeken in de bieb.

Maar dan blijft de lastigste vraag liggen: filtert onze democratische bestuurscultuur alleen de schaal, of ook de waarden? Want een kleine fotocabine draagt nog steeds het idee van de stad als decor in zich, en een klein appartement met gedeelde lounge nog steeds het idee dat je woonkamer iets is wat je huurt in plaats van bezit.

Ik weet het antwoord niet, en dat hoeft misschien ook niet. Wel denk ik dat het de moeite waard is om het bewust te doen. Vroeger namen we de Amerikaanse droom over zonder hem zo te noemen, en pas decennia later zagen we wat het ons kostte aan autoruimte en versnippering. Welke delen van de Koreaanse stad willen we deze keer bewust overnemen, het gedeelde, het nabije, het levendige? En welke laten we liever bij de grens, het altijd-aan, het prestatiegerichte, het decor zonder bewoners?

Nederstad temt de schaal van buitenlandse dromen. Maar welke waarden laat het filter door?

>> klik op afbeeldingen voor een grotere weergave